kleurvogelclub

"DE GRAAFSCHAP"

Stamkweek



Voor de ervaren kweker van kanaries of mutaties zal dit zeker niets nieuws zijn. Dat er direct topvogels
gekweekt gaan worden als men goed aan stamkweek doet is ook wel wat overdreven maar toch: de stamkweek
is de kortste weg naar het resultaat. Men is gauw geneigd te zeggen dat de topkwekers veel foefjes kennen enz.
Ik denk dat er tijdens het hele kweekproces van de vogels weinig foefjes zijn uit te halen. Goed koppelen met
goede gezonde vogels met de kennis van de achtergrond van de kweekvogels (stam) zal het meeste resultaat
geven. Met andere woorden, de kweker zal doordacht te werk moeten gaan. Overwegen welke vogels men gaat
kweken, de afstamming van de vogels goed kennen, hun erfelijke factoren kennen, kortom het kennen van bijna
alle eigenschappen van deze vogels.

Hoe zij dat doen is heel eenvoudig: zij doen al jaren aan stamkweek.
Het is hierover dat ik in dit artikel iets wil schrijven en u probeer te overtuigen van het nut van de stamkweek.

WAT IS EEN STAM?
Dit is een aantal vogels afkomstig uit een populatie vogels die qua afstamming in meer of mindere mate
verwantschap met elkaar hebben. Dus een streng geselecteerde groep vogels, die weinig of geen verschil laten
zien in hun erfelijke overdrachten. Het zogenaamde verdringingskruisen heeft er toe geleid dat de meeste
ongewenste eigenschappen zijn verdwenen en men heeft getracht de goede eigenschappen te behouden en
zelfs te verbeteren, van welke aard deze ook zijn. Dus een stam is een collectie vogels met dezelfde kenmerken
zowel in pigment, verstof, vorm, gedrag, houding, ja zelfs in de erfelijke eigenschappen. Dit is voor de verdere
kweek erg belangrijk. Kortom de stam moet een waar kleurbeeld vormen in kleur, tekening, vorm, houding,
bevedering en ook de rust in de vogels.

Als men begint met een stamkweek is men verplicht op alles te letten en dit vast te leggen in het kweekboek
(zonder dit boek is stamkweek onmogelijk).
Dit vanaf de koppeling totdat de vogels zelfstandig zijn, alles vastleggen:

    -de afstamming van de vogels, de erfelijke factoren het gedrag van de vogels
      (aantal eieren, nestbouw, voeren , enz.)
    -de groei van de vogels kleur, vorm, bevedering, houding grootte enz.
      Komen er bonte jongen uit, hoe, waar en hoeveel?
    -TT resultaten

Later gaat men beginnen alle slechte en minder goede eigenschappen uit te schakelen.
De vogels met de goede eigenschappen zoals wij die graag zien en zoals in de standaard
is voorgeschreven zullen we aanhouden voor onze verdere stamkweek.


HET OPBOUWEN VAN DE STAM
Indien men al beschikt over een selectie vogels, die het redelijk goed doen zowel in de kweek als op de TT en die
dus de standaardeisen goed benaderen en waarvan men de erfelijke eigenschappen goed kent, is de basis al
gelegd om aan stamkweek te gaan doen. Met andere woorden hiermee kun je verder een goede stam gaan
opbouwen. Kweek dan in deze groep vogels nog geen nieuw bloed.

Heeft men deze gegevens niet, of wil men een andere kleur gaan kweken, dan is het natuurlijk wat anders. Wat
staat ons dan te doen? Ga na het kweekseizoen naar een kweker die jouw gewenste kleurslag heeft en waarvan
je weet via TT uitslagen dat zijn resultaten goed zijn met deze vogels en dit niet met een of twee vogels maar met
meerdere vogels van deze kleurslag en dit al over een langere periode. Dit geeft je een degelijke garantie dat hij
over goede Vogels (stam) beschikt en dus zeker ook aan stamkweek zal doen.

Ik hoor al eens zeggen: "Ja maar die mijnheer verkoopt toch ook niet zijn beste vogels." Dat is dan ook bijna wel
zo maar deze mijnheer kan ook niet al zijn vogels behouden. En als u bij hem een goede afspraak maakt zult u
zeker een goede keuze kunnen maken uit zijn verkoop-vogels die ook uit zijn stam komen en dus voorzien zijn
van deze goede erfelijke factoren. En waar u zeker mee kunt beginnen met stamkweek. Bij deze kweker gaat men
kopen twee mannen en vier poppen, de poppen mogen twee zusters zijn, de andere twee poppen mogen niet
verwant zijn. Uiteraard zult u dat zelf controleren in het kweekboek van de verkoper. Vraag hierna, hij zal u dat
zeker laten zien. Noteer eventuele aan- en opmerkingen indien deze er in vermeld staan.

     U controleert het volgende:
     -Kleurslag van de vogels
     -Afstamming van de vogels
     -Erfelijke factoren van de vogels
     -De ringnummers
     -De grootte van het nest
     -Eventuele TT Resultaten

Het feit dat we twee poppen kopen, verschillend van elkaar, heeft als reden om zo lang mogelijk te blijven
doorkweken met deze nakomelingen. Zouden we onze twee mannen (broers) koppelen aan de vier zusters
(door wisselbroed) dan zitten we direct in regelrechte inteelt. Zeker als we onze jonge vogels naderhand
nog eens onderling gaan koppelen
(inteelt mag, maar wel tot een zekere hoogte, en met goede uitgeselecteerde vogels).

DE KWEEK
Als we met de hierboven beschreven vogels gaan kweken krijgen we als eerste jaar halfbroer en halfzuster van
elkaar. Hieruit zoeken we na de kweek de beste vogels wat betreft kleur,tekening, bevedering, grootte, vorm enz.


Hebben we de vogels uitgezocht, zowel van de man als van de pop dan kunnen we weer een keuze
gaan maken voor het volgend jaar van b.v. halfbroer + halfzuster of verder gaan b.v.
vader + dochter of zoon + moeder. Het zal duidelijk zijn bij deze laatste koppelingen dat dit goede
vogels moeten zijn in grootte en vorm inclusief de bevederingstructuur.

Indien deze koppelingen en enkele kweekjaren later, enkele jonge vogels niet aan de verwachtingen voldoen, b.v.
ze worden te klein en of de bevederingstructuur wordt minder, dan is het verstandig om een vogel aan te kopen
met de eigenschap die uw vogels minder hebben laten zien in hun uiterlijk. De bedoeling hiervan is uit dat koppel
met het nieuwe bloed jonge vogels in te gaan zetten in uw stam vogels, die u al bezit.

Natuurlijk kunnen we ook nog een jonge vogel uit de tweede generatie terug gaan koppelen aan de grootvader en
of grootmoeder. Ja zelfs aan overgrootvader of overgrootmoeder. We kunnen indien we doordacht en zeker te
werk gaan erg ver gaan wat betreft de verwantschap van onze kweekvogels zonder aan regelrechte inteelt te
doen. Broer x zus is wel de kortste weg om alle goede en slechte eigenschappen uit te selecteren, maar weet wel
dit alleen kan bij kerngezonde en sterke kweekvogels. Het is om die reden dat deze methode nu niet direct is aan
te bevelen. Het zal nu ook wel duidelijk gaan worden dat we een goede kweekadministratie nodig hebben.
En dus ook niet te snel een vreemde vogel in onze stam moet gaan kweken.

In het kort komt het hier op neer dat men de eerste jaren als volgt moet gaan kweken:


    A – Eerste jaar:
    man + pop (halfbroer en halfzusters)
    pop + man (halfzuster en halfbroer)


    B – Tweede jaar:
    (jongen of oudervogels van paring A)
    vader + dochter
    moeder + zoon
    neef + nicht
    halfbroer + halfzuster
    oom + nicht
    tante + neef


Ik denk wel dat deze kreten vreemd bij u overkomen maar voor de beginnende kweker leek
mij dat dit duidelijker overkomt dan de gebruikelijke formulevorm.



    C – Derde jaar:
    jonge vogels genoemd onder B onderling koppelen.

    D – Vierde jaar:
Dit alleen voor ervaren kwekers en als het nodig mocht zijn kan men enkele oudere vogels gaan
koppelen aan enkele nieuw aangekochte vogels, maar wel nauw verwante vogels die toch drager
zijn van nieuw bloed, zodat deze komend jaar weer ingezet kunnen worden in onze stam.

Op deze manier kan men vele en vele jaren doorgaan, zonder tot een regelrechte inteelt te
komen. We zullen zeker op deze manier met de vogels goed aan de kunnen blijven meedraaien,
hetgeen toch de bedoeling is van de stamkweek.

Een veel gebruikte methode is ook de volgende die ik u zeker niet wil onthouden en ook wil
aanraden. Misschien een tip om beide uit te proberen met twee lijnen.

DE PATROKLIENE EN OF MATROKLIENE METHODE
Patrokliene methode = vadergelijkend. Matrokliene methode = moeder gelijkend. Deze methode lijkt erg veel op
de methode, die reeds hierboven onder A – B – C – D beschreven is. De methode is als volgt te gebruiken.

DE PATROKLIENE METHODE
Eerste jaar: Man stamvader paren aan 2 à 3 goede poppen. Tweede jaar: Mooiste en beste
dochters paren aan de stamvader. Derde jaar: De mooiste poppen uit het tweede jaar
koppelen aan de stamvader. Vierde jaar: De nakweek van het derde jaar onderling kweken.

DE MATROKLIENE METHODE
Deze kunnen we starten met vogels uit het tweede jaar van de patrokliene methode. We gaan nu twee lijnen
krijgen: één lijn vader gelijkend (patrokliene methode) en één lijn moeder gelijkend (matrokliene methode)

DIT GAAT ALS VOLGT:
Eerste jaar: Pop stammoeder paren aan een goede en betrouwbare man uit de patrokliene methode. Tweede jaar:
De mooiste zoon uit het derde jaar terugparen aan de stammoeder. Derde jaar: De beste zoon uit het derde jaar
terugparen aan de stammoeder of dochter uit het tweede jaar. Vierde jaar: We bezitten nu twee lijnen gelijk met de
patrokliene methode. De jongen uit het vierde jaar kunnen onderling gepaard worden.
En we beginnen nu weer met het vormen van twee lijnen.

Met deze methode is het mogelijk op enkele jaren een goede stam op te bouwen en of te behouden. Uiteraard zal
men gespaard moeten blijven van ziekten en andere tegenslagen. Het na enkele jaren een nieuwe lijn langs de
bestaande opzetten is zeker een aanrader. Blijf wel altijd letten op de dominerende factoren.

BESLUIT
De bedoeling van de stamkweek zal u nu wel duidelijk zijn veronderstel ik. We zetten een basis op waaruit
geregeld goede vogels zouden moeten gaan komen. Dit uiteraard met de nodige kennis en zonder tegenslagen
ziekten enz. We zullen ook zo niet elk jaar nieuwe vogels hoeven te kopen. We zijn nu zelf in staat om via de
stamkweek geregeld een prijsje mee te pakken op onze tentoonstellingen. En als we het goed gedaan hebben
beschikken we nu ook over goede uitgeselecteerde kweekvogels. Langs de stamkweek is succes op langer
termijn verzekerd zonder steeds vogels bij te blijven kopen en weer opnieuw te gaan afwachten wat deze
vogels als afstammelingen geven.

TIPS VOOR HET OPZETTEN VAN EEN STAM:
    1. Begin niet met te veel of verschillende soorten.
    2. Richt je op één of twee specialiteiten.
    3. Pas een zeer strenge selectie toe
    4. Koop jouw vogels ook bij iemand die maar enkele soorten heeft en
        hiervan een specialiteit heeft gemaakt.
    5. Noteer alles in een kweekboek en koop via een kweekboek.
    6. Let op bevederingstructuur, grondkleur / tekening en of schimmelfactor.
    7. Weet wat je kweekt en lees de standaardeisen van de vogels.
    8. Niet te snel nieuw bloed inkweken als dit niet direct noodzakelijk is.
    9. Blijf jouw vogels vergelijken op de TT met andere toppers in deze soort.
    10. Sluit jonge vogels met een levervlek in het nest altijd uit voor je verdere kweek.

Bron: Officieel maandblad van de Eerste Nederlandse vereniging van Vorm- en Postuurkanaries
(Opgericht 1 november 1967 aangesloten bij de N.B.v.V)

Jaargang 33 – Nummer 3 – juni 2000

Wout van Gils